Insulinepomp of insulinepen?

 

Met diabetes type 1, en soms ook met diabetes type 2, moet u uzelf insuline toedienen. Maar wat is voor u de meest comfortabele manier om dat te doen, met een insulinepomp of een insulinepen? Dat is nogal afhankelijk van uw leefstijl en hoe uw bloedglucose zich ‘gedraagt’. Bent u een zeer actieve sporter, doet u veel zittend werk of reist u veel? Of heeft u sowieso al veel schommelingen in uw bloedglucosewaarde? Uw arts of diabetesverpleegkundige zal u adviseren over wat het beste bij u past. Maar wat zijn de verschillen tussen het toedienen van insuline met een pomp of een pen?

 

Insulinepen

Met diabetes type 2 en soms ook met diabetes type 1, kunt u insulinetabletten gebruiken. Maar als diabeet type 1, wordt meestal vloeibare insuline voorgeschreven door uw arts of verpleegkundige.  Vloeibare insuline moet met een naald worden toegediend. Dat gebeurt niet met een injectienaald, maar met een insulinepen waar een naaldje op gedraaid kan worden. Uw diabetesverpleegkundige kan u vertellen of zo’n pen geschikt is voor u.

 

Voor- en nadelen van een insulinepen

Met een insulinepen dient u zichzelf vloeibare insuline toe. Als u dat zelf niet kunt, kan de verpleegkundige van bijvoorbeeld de thuiszorg dat voor u doen. Bij kinderen dienen de ouders meestal de insuline toe. Het grote voordeel van de pen is dat deze makkelijk is in te stellen op de juiste hoeveelheid insuline. Hij is ook overal mee naartoe te nemen. Het nadeel is dat injecteren niet altijd op dezelfde plaats kan gebeuren. Uw huid kan geïrriteerd raken en er kan zelfs littekenweefsel (lipohypertrofie) ontstaan. Veel mensen gebruiken dan ook een spuitschema. Ze spuiten bijvoorbeeld de insuline in de buik, maar elke dag op een net andere plaats. Hierdoor wordt een bepaalde spuitplaats maar één keer in de week gebruikt. Het hangt van uw insulineschema af hoe vaak en waar u kunt spuiten. Een insulinepen kan ook minder prettig zijn voor mensen die vaker op een dag moeten prikken om de juiste hoeveelheid insuline te krijgen. Uw arts of diabetesverpleegkundige informeert u graag hierover.

 

Insulinepomp

Een insulinepomp  is een klein, op de huid draagbaar, apparaatje dat 24 uur per dag kortwerkende insuline afgeeft. De pomp is ongeveer net zo groot als een kleine mobiele telefoon; zo’n acht bij vijf centimeter. De pomp geeft de insuline af via een dun slangetje en een canule (samen ‘infusieset’ genoemd) die vlak onder de huid in de buik, dij of bil is ingebracht. Met de pomp is de af te geven hoeveelheid insuline aan te passen.

 

Voor- en nadelen van een insulinepomp

Het voordeel van een insulinepomp is dat uw bloedglucose beter binnen de juiste waarden gehouden kan worden. Hij is makkelijk bij te regelen; dat geeft meer vrijheid. Een nadeel is dat u de pomp altijd bij u draagt. U kunt hem wel zo nu en dan afkoppelen. Maximaal twee uur. Dat kan een oplossing zijn bij bijvoorbeeld het spelen, zwemmen, douchen en vrijen. Andere nadelen zijn dat u uw bloedglucose regelmatig moet testen. Daarnaast kan de huid geïrriteerd raken door het infuussysteem (de pleister of de naald). Het is dan ook verstandig om altijd een insulinepen achter de hand te hebben voor noodgevallen. Voor het leren omgaan met een insulinepomp krijgt u een instructie van uw diabetesverpleegkundige. Daar leert u hoe u de insulinepomp inpast in uw dagelijkse leven. Een nadeel van de pomp is dat hij kan losraken of dat er een knikje in de slang kan komen. Daardoor krijgt u een tijdje geen insuline. En dat kan nadelige gevolgen hebben. Of een pomp voor u de meest prettige oplossing is, kunt u bespreken met uw diabetesverpleegkundige.

 

Zijn uw bestelde diabeteshulpmiddelen defect of gestolen? Met de Garantieservice van Bosman heeft u dezelfde dag nog een vervangend alternatief in huis.