Interview Bas van de Goor

 

In mei start voor de vierde keer de Nationale Diabetes Challenge: 20 weken wandelen om fitter en vrolijker te worden. Initiatiefnemer Bas van de Goor: “We hopen dit jaar het aantal deelnemers te verdubbelen.”

 

Door Mariëlle Seegers

 

Waarom ben je met de Nationale Diabetes Challenge begonnen?

“We willen met de Bas van de Goor Foundation mensen met diabetes in beweging brengen, omdat daardoor de kwaliteit van leven verbetert. Bij kinderen en volwassenen met type 1 lukte dat prima, maar mensen met type 2 vonden we lastig te bereiken. Sport is voor hen vaak niet de grootste hobby en ze hebben er in het verleden meestal weinig goede ervaringen mee gehad. We moesten dus iets bedenken wat laagdrempelig was én leuk om te doen. Want alleen als je er plezier in hebt, hou je het vol.

 

In 2015 zijn we met de stichting naar IJsland gegaan om het thema zelfmanagement onder de aandacht te brengen. We wilden daar met 12 mensen met diabetes wandeltochten maken door onherbergzaam gebied, met alles wat je nodig hebt in een rugzak. Dat was best een zware opdracht en de training daarvoor was individueel: elke deelnemer mocht zelf een plan maken. In die tijd kwam ik in contact met Carl Verheijen, oud-schaatser en directeur van gezondheidscentrum De Nije Veste in Nijkerk. Hij was, net als ik, bezig om mensen in beweging te brengen en stelde voor om ook in Nederland met een groep mensen te gaan wandelen. Beide groepen hebben toen een half jaar getraind en de laatste week voor vertrek naar IJsland ook samen gelopen. Toen is het zaadje geplant.

Die reis naar IJsland was fantastisch en eenmaal terug waren we er vol van. Maar langzaam kwam het besef dat de échte kracht van het evenement lag in wat er was gebeurd in Nijkerk: dat we daar een groep mensen een half jaar in beweging hadden gekregen. Toen zijn we gaan kijken of we dichter bij huis iets konden organiseren waarbij iedereen kan meedoen.”

 

Wat houdt de Nationale Diabetes Challenge precies in?

“Je gaat twintig weken lang 1x per week wandelen met een groep, onder begeleiding van een lokale zorgverlener. Het maakt niet uit of je een goede conditie hebt of helemaal niet, iedereen kan meedoen. Je traint op je eigen niveau en gaat steeds kleine stapjes vooruit. Na twintig weken doe je mee aan de wandelvierdaagse waarbij je 5, 10, 15 of 20 kilometer loopt. De laatste dag lopen alle deelnemers uit heel Nederland samen de laatste etappe, die eindigt op het Challenge Festival in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Daar is van alles te doen: er is muziek, er zijn standjes, het is een echte happening.”

 

Wat levert meedoen aan de Diabetes Challenge op?

“Sporten is voor iedereen goed omdat je beter slaapt, minder kans hebt op chronische aandoeningen en meer energie krijgt. We zien ook vaak dat mensen op den duur minder medicatie nodig hebben, dat is zeker winst. Uit de vragenlijsten die onze deelnemers invullen, blijkt ook dat de kwaliteit van leven toeneemt. Van alle deelnemers had 23% een verhoogd risico op een depressie, na de Challenge was dat nog maar 13%, bijna de helft minder. Mensen zitten dus beter in hun vel.

Tijdens het wandelen ontmoet je mensen die in dezelfde situatie zitten. Je kunt ervaringen uitwisselen en het delen van kennis helpt enorm. En omdat je eigen zorgverlener meewandelt, heb je twintig keer een uur de tijd om al je vragen te stellen. Daar kan geen controle tegenop.”

 

Wat begon met een klein groepje is uitgegroeid tot een groots evenement. Trots?

“Absoluut! Vorig jaar waren 3000 wandelaars aanwezig op het Festival en dit jaar hopen we het aantal deelnemers te verdubbelen. 3000 klinkt misschien veel, maar het is nog geen half procent van alle mensen met diabetes in Nederland. Toch ben ik al heel trots op wat we hebben bereikt. Het afgelopen jaar hadden we heel slecht weer tijdens de finaledag. Toch is 97% van de mensen die zich hadden aangemeld ook gekomen. Ondanks de kou en de regen zijn ze met een grote glimlach vertrokken en met een nog grotere glimlach weer binnengekomen. Als je de foto’s ziet van al die blije gezichten, dat is fantastisch.”

 

Een half jaar trainen voor die ene laatste etappe, dat moet echt een ontlading zijn…

“Er worden verschillende afstanden gelopen en hoe groter de prestatie, hoe groter de emoties zijn. Ik herinner me dat er een deelnemer naar me toe kwam en zei: ‘Bas, deze medaille betekent voor mij hetzelfde als de gouden plak die jij in 1996 bij de Olympische Spelen kreeg.’ Dat waag ik te betwijfelen, maar dat doet je wel wat. Vooral bij de korte afstanden worden enorme overwinningen behaald. Dat zijn mensen die twintig weken eerder misschien 300 meter konden lopen en nu 5 kilometer halen. Zij hebben nu voor het eerst een positieve associatie met sporten. Die medaille heeft voor iedereen een andere betekenis, maar voor elke deelnemer is hij van ontzettend veel waarde.”

Geef uw reactie

Image CAPTCHA
Vul de karakters in die weergegeven worden in het plaatje.